Het idee van lenen kan het beste worden begrepen als de factor tijd en de menselijke levensloop worden bekeken. Immers, sparen is het uitstellen van consumptie: Geld dat men in het heden overhoudt, wordt gespaard om dit in de toekomst uit te kunnen geven. Bij lenen gebeurt het tegenovergestelde, de lener wil in het heden geld uitgeven dat hij of zij nog niet bezit. Men kan door te lenen reeds in het heden beschikken over geld dat men in de toekomst verwacht te verdienen, beter gezegd, verwacht over te houden. Een duidelijk voorbeeld is een hypothecaire lening om een huis te kopen. Men leent geld omdat men niet 30 jaar wil wachten alvorens genoeg geld is gespaard om het huis te kopen. Deze zienswijze benadrukt ook dat lenen onverantwoord is als men verwacht in de toekomst nagenoeg niet meer te verdienen dan benodigd is voor bekostiging van het levensonderhoud en andere zaken.